Wat komt er allemaal kijken bij het maken van een documentaire? In de vorige drie artikelen heb ik verteld hoe ik aan het idee kwam voor een documentaire over een kerkgebouw in Apeldoorn, hoe ik aan een titel kwam die ook al zou aangeven wat de lijn van het verhaal zou worden en hoe ik de eerste verkenningen over dit onderwerp heb aangepakt door middel van een gesprek met de huidige eigenaar.
Het gesprek met de heer Slof (de eigenaar) leverde een aantal namen op van mensen die op een of ander moment bij de aankoop, de restauratie en de verbouw van de kerk betrokken waren geweest. Met die lijst ben ik eerst maar eens achter de telefoon gaan zitten om te kijken van wie ik medewerking kon verwachten. Mijn film mocht dan wel een persoonlijke productie zijn, om er iets van te maken had ik toch ook mensen nodig met een heel andere deskundigheid. En mensen die me het nodige materiaal konden leveren.
Na het gesprek had ik ook wel een idee over de vorm, waarin ik het verhaal wilde gieten: ik wilde zo weinig mogelijk commentaar bij de film en het verhaal vooral tot stand laten komen door de beelden en de verhalen van de betrokkenen zelf. Die verhalen zouden dan geïllustreerd moeten worden met oude beelden van de kerk, de foto’s van de restauratie (die ik al keurig digitaal aangeleverd had gekregen) en met mijn eigen opnamen van de kerk in zijn huidige gedaante.
En zo kwam ik vanzelf in de zeer noodzakelijke fase van onderzoek en contacten leggen. Dat is iets waar je als filmer niet direct op zit te wachten: je wilt met de camera aan de gang en met je montage. Maar.. het komt je film zeer ten goede als je daar uitgebreid de tijd voor neemt!
Wanneer je met meer mensen een documentaire maakt zou je serieus nakunnen denken over een rolverdeling. Sommige mensen zijn goed in het hanteren van de camera, anderen in de montage en weer anderen zijn goed in het contacten leggen, interviewen of het organiseren van de noodzakelijke sessies waarin de opnamen gemaakt moeten worden. Maak gebruik van elkaars sterke punten en… durf vooral toe te geven dat je niet zo goed bent op een of meer van die terreinen.
In mijn geval ging het wat anders: omdat het een persoonlijk project was, heb ik vrijwel alles in mijn eentje gedaan. Dat is in grote lijnen wel gelukt al had ik achteraf bekeken er eigenlijk iemand bij moeten hebben die zich speciaal met het geluid bezig kon houden.
Eerst moest ik dus de mensen en de instanties die ik nodig had bij mijn film zien te betrekken.
Mijn belronde met de meesten van hen liep eigenlijk boven verwachting: de direct betrokkenen wilden allemaal meedoen. De heer Ummels bijvoorbeeld was een deskundig historicus, die in zijn vorige baan als ambtenaar Monumentenzorg de aanwijzing tot monument had begeleid en die ontzettend veel wist van de geschiedenis van zo’n beetje alle gebouwen en kerken in Apeldoorn. Hij was direct enthousiast en al snel na het telefoontje kon ik bij hem thuis terecht voor een interview. Natuurlijk niet dan nadat we eerst een uitgebreid voorgesprek hadden over de inhoud van wat hij zou gaan zeggen. Bij dat voorgesprek noemde hij weer namen van mensen die me verder zouden kunnen helpen. Fotografen b.v. die foto’s hadden gemaakt van de kerk voordat die verbouwd was. Mensen op het gemeentehuis die de omvorming en de aanwijzing tot monument later hadden begeleid en die ook over de rapporten beschikten waaruit de monumentale status van het gebouw moest blijken. Hij was het ook die mij wees op het CODA (Cultuur onder één Dak Apeldoorn) waar ook materiaal te vinden moest zijn.
Daarna begonnen we aan het interview. Dat hebben we op drie plaatsen gedaan: bij hem thuis, voor de kerk, en in de kerk. (overigens ook nog bij een andere kerk in Apeldoorn, maar dat is in de uiteindelijke film niet gebruikt.)
Een mooi moment om wat dieper in te gaan op het afnemen van een interview. Maar om de AVOCOM niet al te dik te maken moet dat maar even wachten tot de volgende keer!
Henk Koster