Redactie

Current Articles | Categories | Search | Syndication

Tuesday, August 21, 2007
Leven na de dood (2)
 
D’r op Oet :: 675 x gelezen :: 0 Reacties ::    
Documentaire

In deel 1 heb ik verteld hoe ik op het idee gekomen ben om een film te maken over een gerestaureerde kerk in Apeldoorn. Daarin heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat een zekere “liefde”, een persoonlijke motivatie, de eerste voorwaarde is voor het maken van een documentaire.

Nu komen we in de tweede fase: leent het onderwerp zich voor een film? Zoals eerder gezegd, ik had nog geen vastomlijnd idee over de vorm waarin ik de film zou gaan gieten en waarover het precies zou moeten gaan. Eerst dacht ik aan een soort impressie: gewoon mooie beelden van de kerk (van binnen en van buiten), waaruit zou blijken hoe mooi hij geworden was. (Zo’n impressie heb ik trouwens ook nog gemaakt en die is uiteindelijk als een soort “extra” op de dvd terechtgekomen.)

Het gekke was alleen dat vanaf het begin mij een titel door het hoofd speelde: een tweede leven…. En een paar uur later werd dat “leven na de dood”. Tenslotte gaat het om een kerk, dus een beetje religieus aandoende titel leek mij wel mooi. Nog weer wat later kwam de ondertitel in me op: “de wederopstanding van een kerkgebouw”. Dat leunde haast nog meer aan tegen de theologische wereld waarin ik vroeger ben opgegroeid. Zozeer zelfs, dat toen ik deze titels voorlegde aan een paar mensen om mij heen, de vraag werd gesteld of dat niet haast een beetje spotten was met wat voor anderen toch nog een beetje heilig is.

Toch heb ik de beide begrippen aangehouden omdat ze namelijk precies weergaven wat ik voelde toen ik de kerk in zijn nieuwe gedaante voor het eerst had gezien: zonder de nieuwe bestemming was de kerk volledig verpauperd en misschien wel afgebroken. Want zo gaat het met veel kerken in Nederland. Ze komen leeg te staan, worden tijdelijk voor iets anders gebruikt (bij ons in Hellendoorn bv als opslagplaats voor een fietsenzaak, en in Eindhoven heeft er een tijdelijk gediend als overdekte kinderspeeltuin!) en maken uiteindelijk dan plaats voor woningbouw of kantoren. “Mijn kerk”was echt een nieuw leven begonnen!

En nu even wat algemener: het is de moeite waard om voordat je ook maar iets vastlegt, eerst een poos na te denken over de associaties die je met het onderwerp kunt verzinnen. Als dat lukt heb je meestal ook wel een leidraad of thema voor je film. Je hebt in ieder geval een richting waarin je het moet zoeken.

In mijn geval werd alleen al door die associatie al duidelijk dat alleen een impressie onvoldoende was om duidelijk maken wat er met de Noorderkerk was gebeurd en waarom dat van belang was. Conclusie: ik moest meer van de achtergronden weten. En met die conclusie ben ik weer naar Apeldoorn gegaan voor het gesprek met de directeur van het bedrijf, de heer Slof.

Dat werd een leerzaam gesprek. Het bleek dat de kerk was verbouwd volgens de plannen van heel iemand anders, een zekere Jeroen Teelen. Die had de kerk in lichte staat van ontbinding gekocht om er een multimediabedrijf in te vestigen. Maar omdat de kerk een gemeentelijk monument was (later werd het ook nog een rijksmonument) kon hij niet zo maar zijn gang gaan. En omdat hij stapelgek werd van de (volgens hem) eindeloos slepende vergaderingen en toestanden had hij tenslotte het plan opgegeven en de kerk met flink verlies doorverkocht aan de huidige eigenaar.

Ik zag het helemaal voor me: voor de man in kwestie was het een drama. Maar het geeft een film, ook al is het een documentaire, toch een extra spanningsboog mee! En dus besloot ik dat ik die meneer eigenlijk in mijn film wilde hebben. Als hij maar wilde… want wie heeft behoefte om voor de camera uitgebreid op zo’n mislukking in te gaan…

De huidige directeur, Slof, en ik hebben zo ongeveer twee uur met elkaar gepraat. Ik heb hem aan de hand van mijn werktitel uitgelegd waar ik aan dacht. En hij heeft in hoofdlijnen de hele geschiedenis van de restauratie van de kerk verteld en mij een serie namen gegeven van mensen die op de een of andere manier bij het proces betrokken zijn geweest. Met een beetje geluk zouden die mij kunnen helpen om het verhaal rond te krijgen. En dan waren er natuurlijk altijd nog de “normale” informatiebronnen: de Openbare Bibliotheek in Apeldoorn, het gemeentearchief, de planologische dienst van de gemeente, monumentenzorg enz., enz.

Je voelt het al aankomen: dat wordt geen impressie, dat wordt een documentaire!

Henk Koster.

(Uit: AVOcom nr.75 sept 2007)

Waardering
Reacties
Currently, there are no comments. Be the first to post one!
Click here to post a comment
Sunday, May 20, 2012
 »  Redactie
  Search