Zo langzamerhand begint het PRADO, het AVO-plan om tot een documentaire festival te komen, wat meer vorm en inhoud te krijgen. Als u dit leest zijn de eerste contacten tussen de deelnemers al geweest, zijn de ideeën gespuid en zijn de verschillende groepen al met de uitwerking gestart.
U weet het intussen vast wel: het gaat natuurlijk niet alleen om dat festival, maar vooral om wat eraan vooraf gaat: hoe zet je een documentaire op, hoe regel je de dingen die er voor nodig zijn, hoe geef je filmisch vorm aan wat je wilt vertellen, hoe zorg je voor bruikbaar geluid enz. enz. De mensen die meedoen doen dat omdat ze hun know-how en hun vaardigheden op het terrein van film maken willen vergroten.
Door een toevallige gebeurtenis geïnspireerd heeft ondergetekende intussen een documentaire gemaakt. En het leek me een goed idee om, min of meer parallel aan de gang van zaken binnen het PRADO, een paar verhaaltjes daarover te schrijven die in de loop van de tijd in de AVOCOM kunnen verschijnen. Ik doe dat in de hoop dat niet alleen de PRADO-deelnemers, maar ook de andere AVO-leden er wat aan kunnen hebben. Immers, van elkaars ervaringen kunnen we leren. En wat mij betreft zouden meer filmers in de AVOCOM iets kunnen vertellen over een film die ze hebben gemaakt. Hoe het idee is ontstaan, wat er allemaal bij kwam kijken, hoe de montage in elkaar steekt, wat er met het geluid is gebeurd enz., enz.
Maar dit even terzijde.
Voor de lijn van mijn verhaal volg ik de gang van zaken zoals we die in het PRADO hebben afgesproken. Als u de inhoud ervan niet kent… geen nood. Want in de afgelopen AVOCOM’s kunt u de gegevens terugvinden, op de AVO-website eveneens. En zelfs zonder die kennis denk ik dat mijn verhaal wel te volgen is.
Deel 1: hoe kom je erop?
In deze aflevering gaat het om de vraag: hoe kom je op een idee? Daar zijn talloze manieren voor. Eén manier heb ik al jaren geleden eens meegemaakt. Een Belgische filmer die bij de AVO kwam spreken, zette ons een middag aan het werk. In een groepje moesten we bedenken hoe we een film konden maken over…. een theekopje b.v. Zo kun je ook op de club met een paar mensen om de tafel gaan zitten en samen brainstormen over een onderwerp. Dat kan van alles zijn: een museum in de buurt, een interessant persoon in je woonplaats, nu of uit vroeger tijden, een kunstenaar die behalve iets scheppen er ook nog boeiend bij kan vertellen. Je kunt ook kiezen voor een maatschappelijk probleem: wat doet de politie met moeilijke jongeren, hoe zit het met de sociale saamhorigheid in je buurt, wat brengt de renovatie van een wijk met zich mee?
Zelf heb ik al jarenlang een idee dat schreeuwt om uitvoering. Alleen: vanwege de omvang van het project zie ik er een beetje tegenop. Er zijn namelijk in ons dorp waanzinnig veel mensen die iets doen in de historie: we hebben een museum, een oudheidkamer, een club die een oud niet meer gebruikt kerkhof onderhoudt, mensen die de Twentse taal in ere willen houden, mensen die zich bezighouden met de geschiedenis van de beide kerken in het dorp. Kortom: er komt geen eind aan. En onder de naam “Hellendoorn.. historisch?” wil ik dan proberen antwoord te krijgen op de vraag hoe het komt dat zoveel mensen hier daar mee bezig zijn.
Maar dat komt misschien ooit nog eens …
Intussen heb ik een heel andere documentaire gemaakt.. eentje die ik helemaal niet zag aankomen.
Eerst maar even de achtergrond. Een van mijn zoons werkt bij een IT-bedrijf. Dat bedrijf betrok een nieuw kantoor en op een mooie zaterdag in april 2006 werden personeel en familieleden uitgenodigd dat nieuwe kantoor te komen bekijken. Adrie, mijn vrouw, en ik, dus mee, gewoon uit belangstelling voor wat je zoon doet en waar hij werkt. Niks bijzonders.
Maar het werd wel bijzonder. Want toen we bij het “kantoor”aan kwamen bleek dat een flinke uit de kluiten gewassen kerk te zijn, die tot kantoor was omgebouwd. En dat is beslist niet alledaags. Het bleek een niet meer in gebruik zijnde Gereformeerde kerk te zijn, die er overigens in mijn ogen heel erg rooms-katholiek uitzag. Dat hadden mijn ogen goed gezien, maar daarover later meer.
Binnen had de kerk een complete gedaanteverwisseling ondergaan: langs de muren en op het voormalige balkon waren kantoorruimtes geplaatst. De ruimte middenin was open gehouden en tegen de achterwand prijkte het orgel nog in volle pracht.
Ik was er helemaal verrukt van. Ik ben altijd al in gebouwen geïnteresseerd geweest en zal op vakantie een mooie oude kerk in de buurt niet gauw overslaan. Dit was wel een heel bijzondere kerk. Op de een of andere manier was de nieuwe bestemming schitterend ingepast in de oude kerkruimte. En tijdens die middag hoorde ik dat het gebouw ook nog eens tot rijksmonument was verklaard.
Het speet me enorm dat ik mijn fototoestel niet had meegenomen. En op dat moment dacht ik: dát is een onderwerp voor een film. Via mijn zoon was het contact met één van de directeuren gauw gelegd. Hij was de “bouwpastor”geweest van het hele project en in de loop van de tijd was de kerk een beetje zijn troetelkindje geworden. Nog diezelfde middag hebben we een afspraak gemaakt om te kijken of daar op de een of andere manier een film van gemaakt kon worden. Het feit dat ik familie was van een van de personeelsleden en dat die zelf al zei dat zijn vader een zeer serieuze filmamateur was maakte de introductie bij het bedrijf natuurlijk wel makkelijker. De directeur vroeg me wel direct wat ik er dan mee wilde, en wat ik er dan van wilde maken. Daar had ik natuurlijk nog niet direct een antwoord op. En we spraken af dat ik in augustus mijn idee zou voorleggen en dat hij zich alvast een beetje op de achtergrond van het project zou oriënteren. Lekker vaag nog voorlopig, maar genoeg om over door te denken.
Conclusie: soms kun je bewust naar een onderwerp zoeken (en als je met meer mensen een documentaire maakt is dat ook wel heel verstandig) maar soms kan ook het toeval je wel een handje helpen. Veel belangrijker is een andere conclusie: probeer een onderwerp te vinden waar je wat mee hèbt, waar je erg in geïnteresseerd bent of emotioneel bij betrokken! Een echte documentaire komt uit je hart!
Zelf heb ik vanaf het begin bij dit onderwerp me geïnspireerd gevoeld. Voor mij was dit echt een onderwerp waar ik enthousiasme bij mezelf voelde opkomen. En nog vóór ik zelfs maar een ruwe opzet had van de film had ik al een titel: leven na de dood. Want zonder dat nieuwe bestaan als kantoor was de kerk doodgewoon verloren gegaan, net als zovele andere waarvoor men geen bestemming kan vinden. En als je je een gebouw als een persoon mag voorstellen was er bijna sprake van een soort nieuwe geboorte.
De volgende keer wil ik iets vertellen over de planvorming en het onderzoek naar de haalbaarheid.
Henk Koster.
(Uit: AVOcom nr. 73/74 mei 2007)