De montage (1)
Vanaf eind november 2006 tot januari 2007 heb ik mezelf opgesloten in mijn videohok. Alle aandacht was nu gericht op de montage van mijn film over de Noorderkerk. Nog wel Sinterklaas gevierd, en ook de overige feestdagen redelijk bewust meegemaakt. Maar voor de rest mij weinig gelegen laten liggen aan de huishoudelijke zaken.
Met het primitieve draaiplan uit de vorige aflevering voor ogen ben ik begonnen. Anders dan vaak wordt aangeraden (maak eerst een ruwe opzet zodat je ongeveer weet hoe het eruit gaat zien) ben ik onderdeel voor onderdeel gaan afwerken, omdat ik graag zie hoe iets eruit ziet als het klaar is. Dat is een beetje link, want door de aandacht voor die onderdelen kun je het besef van de grote lijn wel eens kwijt raken.
Het eerste stuk liep netjes volgens plan. Je ziet mijn zoon en mij de kerk binnen komen en ondertussen vertel ik buiten beeld hoe ik daar terecht gekomen ben. Dan komt er een overvloeier van het huidige interieur naar het vroegere, begeleid door psalmgezang (op héle noten, net als vroeger: daar heb ik stad en land voor afgezocht!). Daarna wordt iets verteld over het ontstaan van de kerk.
Toen kwam de eerste complicatie: voormalige kerkgangers zouden hun herinneringen ophalen. Maar helaas: op mijn verzoek in de Apeldoornse media om beeldmateriaal van particulieren kwam maar heel weinig binnen. Er was eigenlijk maar één familie die aan de hand van hun trouwfoto’s wat vertelde. Die zijn later ook nog in de kerk geweest om wat meer te vertellen. Maar bij de montage bleek al heel snel, dat het van geen kant paste in de “boodschap”die ik eigenlijk wilde vertellen. Daar had ik het scenario (als ik het had gehad) dus direct al moeten aanpassen. Ik heb die scènes dus tot het hoogst noodzakelijke teruggebracht, en nu dienen die beelden alleen nog maar als overgang naar het volgende onderdeel. Tegelijk kon ik daar nog wat beelden van het interieur laten zien.(Ik heb overigens die beelden later nog wel weer in één speciale versie van de film gezet en die versie aan deze “medewerkers” gegeven als een soort dankjewelvoordemoeite).
Daarna ben ik begonnen aan het tweede deel: het verhaal van de eerste koper.
Toen dat bijna klaar was, kreeg ik bezoek van Co Vleeshouwer, de consulent van de Stichting Beeldende Amateurkunst. Een redelijk deskundige dus. Al eerder had mijn vrouw aangegeven dat ze moeite had met het begin. Dus heb ik Co ernaar laten kijken. Die was een poosje stil en zei toen: er klopt wat niet. Je wilt het hele verhaal door de betrokkenen laten vertellen. Maar in het begin kom je zelf pontificaal in beeld en wek je de indruk dat jìj degene bent die de tour door de kerk gaat leiden. Op mijn vraag hoe ik dat op moest lossen kwam de opmerking:”ja, het is jouw film, verzin wat anders”. Achteraf was dat een goed antwoord want het dwong mij opnieuw mij te bezinnen op de vraag wat ik nou echt wilde vertellen. Zo kwam ik uit bij een nieuw begin. Het ging tenslotte om de cultuurhistorische noodzaak van het behoud van leegstaande kerkgebouwen! De beginbeelden met mijn zoon en mij verdwenen dus en in plaats daarvan heb ik nu een hele serie beelden (opgenomen in de buurt en van foto’s) van in onbruik geraakte kerken genomen, die de urgentie van het probleem (wat doe je met die gebouwen?) aan de orde stellen. Alweer een afwijking van mijn “plan”, maar wel een die in de ogen van de omstanders duidelijk een verbetering betekende: de film vertelt nu direct waar het om gaat. Alleen is mijn persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp daarmee uit beeld. Dat moet nu maar duidelijk worden uit de totale strekking.
Voorlopige conclusie: blijf niet te lang in je eentje (of in je eigen groepje) binnenskamers aan de film doorprutsen, maar laat tussentijdse resultaten zien aan anderen die geen directe binding hebben met je film. Clubleden kunnen daar van grote waarde zijn!
Henk Koster |