
Komend uit het oosten des lands en onbekend in Heerenveen brengt TomTom ons (mijn vrouw, mijn broer en ondergetekende) precies voor de deur van het Posthuis. Toch zien we nergens een theater…
Eenmaal binnen blijkt het alles in huis te hebben voor een mooie manifestatie: een mooie zaal, prettige ruimten om met bekenden en nieuwe filmers te praten en te drinken, en alles in een rode tint die ik direct associeer met feest en festival.
Een feest, een festival: het was allebei, en (om mijn eindoordeel maar eens aan het begin te geven) het was geweldig!
Als Olga en Ebbe er niet geweest waren, was het een volmaakt festival geweest. Maar dat zie ik natuurlijk verkeerd: want zij gaven Opperspreekstalmeester Atze Lubach de mogelijkheid om zich in zijn rol ten volle uit te leven. Geen Walden kan zonder Muizelaar, geen Dikke zonder Dunne, geen Bassie zonder Adriaan en geen Atze zonder Olga en Ebbe..
Of zie ik dat nou ook weer verkeerd: want in de loop van het festival blijkt Atze ook in zijn inleidende teksten, in zijn aankondigingen, zijn mededelingen en oproepen, en in zijn korte gesprekjes in staat te zijn een geweldige vrolijke sfeer op te roepen die het kenmerk is geworden van het hele festival. Van verschillende kanten hoor ik later dat veel feestgangers hem op het volgende festival in Oirschot graag weer zouden willen zien. En hij wil zèlf ook wel, dus NOVA-Noord: zet hem in de evaluatie naar het NOVA-bestuur even flink op de kaart. Als het niet genoeg is, zeg het mij en we gaan een Atze Lubach fanclub oprichten!
Ik had ze al gewaarschuwd, de filmclubleden uit het oosten: ga naar het festival want het is de moeite waard. We hadden zelfs als goede buur van NOVA-Noord een bus willen huren om met 60 man erheen te gaan. Maar helaas: gebrek aan animo maakte dat niet rendabel en dus kwamen een tiental mensen uit het oosten maar op eigen gelegenheid.
Die mensen hadden dus groot gelijk, want het waren twee hele mooie filmdagen, daar in Heerenveen. Zelfs een partijdig mens als ik, die alles in het oosten altijd beter behoort te vinden moet het doodgewoon toegeven: ik vond het één van de leukste festivals ooit…
Een organisatie die liep als een trein, een openingswoord van Rob Nijhuis met de lengte van een militair commando, een woordje van Pieter Verhoeff, waaruit bleek dat ervaren professionals net zo op mogelijk te winnen prijzen reageren als wij, amateurs.
En, hoe is het mogelijk, een jury die in 80 procent van de gevallen een oordeel velde waar de zaal zich in herkende. (Slechts één keer heb ik “boe” gehoord, maar ik ben nu alweer vergeten om welke film het ging.)
En dan de films. Het waren er veel. Misschien nog steeds te veel, ondanks het feit dat films met een eervolle vermelding niet werden gedraaid. Maar om van 10 uur ’s morgens tot 20.00 ’s avonds vrijwel aan één stuk te kijken is zelfs van mij als filmgek wel heel veel gevraagd. En mijn medefestivalgangers, die vooral kijker zijn, hadden er nog veel meer moeite mee. Misschien moet de NOVA toch maar eens een fatsoenlijke projectietijd vaststellen en het puntenaantal van de jury als norm nemen om films binnen die tijd te programmeren. Het is niet alleen een feest van de makers, het moet ook een feest voor de kijkers zijn.
Maar goed, dat heeft met dit festival niet zoveel te maken. Deze keer was het een bonte afwisseling van speelfilms en documentaires die door hun variatie de aandacht vast wisten te houden. En weer waren er produkties bij waarvan ik denk: dat wordt door professionals écht niet beter gedaan.
Namen noemen… onbegonnen werk. Een ding is zeker: ergens is een klein plekje in Nederland ( het lijkt wel een soort Asterix en Obelix in Nederland) waar ze een toverdrank hebben waarmee ze niet te overtreffen films kunnen maken. Het mijnwerkerslampje uit Geleen vloog heel wat keren als logo over het scherm, en dat zag je vervolgens in de prijsuitreiking terug. Ik weet niet met welk vervoermiddel Jef Caelen naar Heerenveen gekomen was, maar ik vermoed dat hij een bestelwagen nodig had voor de terugweg om de prijzen mee te kunnen nemen. Op zondagmiddag werd de sfeer in één blok zelfs zo katholiek dat ik het tijd vond voor een protestantse tegenbeweging, die overigens niet kwam.
Er is mij gevraagd om een klein verslagje te schrijven over deze beide dagen, en als u tot hiertoe gekomen bent begrijpt u al dat ik met genoegen aan dat verzoek heb voldaan. Alleen: het is geen verslag maar een persoonlijke impressie. (dus liever niet letten op inleiding, setup, inlossing van de opgeroepen vragen, continuïteitsfouten enz.) En dus neem ik de vrijheid nog een paar persoonlijke kanttekeningen te maken.
“Tot de dood ons scheidt” is mijn persoonlijke favoriet geworden van het festival. De originele manier om een huwelijk te karakteriseren, de humor èn de ernst die er in zat en de filmische vondsten waren voor mij een echte belevenis. En wat mij betreft had die film dus ook het laureaat mogen winnen. Maar… ik ben nog niet zo lang jurylid; ik moet het vast nog leren.
En dan de bijdragen uit NOVA Noord. Die hàd ik al eens gezien op het speelfilmfestival in Drachten. Maar het was beslist geen straf om ze nòg een keer te zien. Bij de film “Identiteit “ heb ik deze keer vooral op het geluid gelet en me afgevraagd of de geluidsinstallatie nou zo goed was of dat de geluidsmontage zo goed was. Voorlopige eindconclusie: allebei waren meer dan uitstekend. Wubbe Gorter kreeg in mijn ogen dan ook terecht de prijs voor de meest creatieve geluidstoepassing.
Ook “Opspylje” had ik al eerder gezien. Maar ik verheugde me al op de tweede keer. En werd niet teleurgesteld: opnieuw heb ik weer zeer van genoten en ik begon zelfs het Fries een beetje een mooie taal te vinden. (Overigens heb ik in de wandelgangen ook Friezen gesproken, die best wel goed Nederlands spraken). En ik was het er helemaal mee eens dat de hoofdrolspeler tot beste acteur werd uitgeroepen en Olga (zo blijf ik Heleen nou verder maar noemen) tot aanstormend talent.
Jammer vond ik dat we eindigden met “Lang zal ze leven”. Ik vond het wel een goede film, maar ik hèb iets tegen zo’n zwaar onderwerp als slot van het festival. Gelukkig haalde Atze ons weer uit de put, zodat we weer in opgeruimde stemming de prijsuitreiking “nieuwe stijl” konden meemaken. Het was in mijn ogen een hele verbetering om de oorkonden, de gouden en zilveren plakken direct uit te delen. Op die manier kon de prijsuitreiking aan het eind een compacte gebeurtenis worden, waarvoor mensen niet voortijdig de zaal hadden hoeven te verlaten. Nou ben ik op dit punt een beetje partijdig, want ik ben één van de mensen die deze procedure hadden voorgesteld.
Had ik al gezegd dat het een heel plezierig en goed festival was? Zo niet, dan doe ik dat bij deze! Met dank aan NOVA-Noord (en de NOVA-commissie) die deze dagen van passie en inspiratie in de benen hebben geholpen.
Henk Koster |