In het vorige deel heb ik iets verteld van de montage van het begin van de documentaire. Maar doorgaan in deze trant maakt deze serie oneindig lang en daarom beperk ik me in dit slot tot een paar montagetechnische zaken en over de waarde van zo’n project als dit. Eerst nog even over de foto’s in de film. Voor dit onderwerp waren er heel veel nodig. Sommige waren digitaal aangeleverd, andere moesten eerst gescand worden. Bij het scannen neem ik altijd een hoge resolutie, want dan kun in de film nog eens inzoomen op de foto, of er maar een deel van gebruiken. Alle foto’s zijn op “maat gemaakt” door ze bij te snijden of op te blazen tot ze pasten in het dv-formaat (720 x 576 pixels). Ik heb ze zoveel mogelijk dezelfde kleur gegeven via de diverse kleuren correctiefilters: als ze van vòòr 1940 waren heb ik ze wat gelig gemaakt, de foto’s van later kregen meestal een zwart-wit filter over zich heen.
Er wordt binnen onze kring vaak gezegd, dat je met de vingers van al die effecten in je programma moet afblijven. Dat klopt wel, maar er zijn best uitzonderingen, en één daarvan is voor mij zeker het kleurenfilter. Dat heb ik ontzettend vaak gebruikt om de beelden onderling op elkaar af te stemmen. De kerkopnamen b.v. zijn niet op één dag gemaakt en toch mochten de beelden onderling niet te veel afwijken. Zo’n aanpassing is ook in Studio heel goed te doen. Je moet alleen wel op je monitor kijken of het klopt, want in het computerbeeld is het heel anders. Hier en daar zitten toch wat trucjes. Zo heb ik b.v. laten zien hoe het orgel uit beeld dreigde te verdwijnen door de oorspronkelijke plannen. De truc was heel simpel: ik heb twee keer dezelfde foto in Photoshop geladen en in lagen gezet. Bij de bovenste laag heb ik het bovenste deel met het orgel eruit gesneden en toen beide plaatjes teruggestuurd naar mijn montageprogramma. Daar zijn ze weer boven elkaar gezet en zó verschoven, dat ze elkaar dekken in het begin en aan het eind het orgel wegduikt achter de trap van het bovenste plaatje.
Ik kan iedereen alleen maar aanraden om je eens flink in Photoshop (of een dergelijk uitgebreid fotoprogramma) te verdiepen, want je kunt er ook in een film erg veel mee! En onze “trukendoos” in het montageprogramma? Volgens mij kun je die best gebruiken, als je maar één ding goed voor ogen houdt: draagt het bij aan wat je vertellen wilt, of kan het er even goed zonder? Als dat laatste het geval is: doe het er dan zònder. Gebruik nooit een truc om de truc zèlf.
De rest is snel verteld. In de hele film heb ik eerst de inhoud (tekst) goed gezet, toen de inserts eroverheen geplaatst en de muziek- en stemsporen op de juiste hoogte gezet, zodat ze ten opzichte van elkaar goed afgewogen klinken. Waar mogelijk het ik stemgeluid een beetje laten vóórlopen (stem eerder te horen dan persoon te zien is, een zg. j-cut) of nog even laten doorlopen nadat de spreker al uit beeld is (L-cut). Dat komt een beetje professioneler over.
En tenslotte heb ik voor gezorgd dat iedereen aan wie ik ook maar iets te danken had in de aftiteling voor komt, net als het gebruik van eventuele bronnen. Wat is nou de waarde van zo’n documentaire? Om te beginnen was het leuk om te merken dat veel mensen hem mooi vonden en zich verbaasden over de metamorfose van de kerk. En dat hij op de NOVA-manifestatie zilver wist te behalen. Leuker nog is dat de film ook gebruikt wordt, bv. door de vereniging tot behoud van oude kerken in Gelderland om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Het is eigenlijk in ieder geval een beetje een doelgroepenfilm…
Henk Koster |