
Op 10 april kwam er een select gezelschap naar Laren. Eenentwintig AVO-leden kwamen naar de workshop over geluid.
Walter Tuenter opende de sessie met en film over het opnemen van geluid onder verschillende omstandigheden. Een werkgroep van VC Hengelo had een opname gemaakt van een forum dat over de problemen praat. De onderwerpen die aan de orde kwamen werden ondersteund door eigen opnamen. Zo werd op de markt gedemonstreerd wat het verschil was tussen een handmicrofoon bij de interviewer of de cameramicrofoon. Het zelfde werd ook nog getoond in een kerk. Het was duidelijk, een handmicrofoon geeft niet zomaar verbetering maar een significante. Walter wees erop dat de geluidssterkte kwadratisch met de afstand afneemt. Gaan we uit van een spreeksterkte op bijvoorbeeld vijftig centimeter en noemen we dat 100%, dan is op twee meter de geluidssterkte nog slechts 100/42 = 6,25%. Probleem van de cameramicrofoon is dat deze, anders dan het beeld, niet op het geluid “inzoomt”. Vanuit de toehoorders wordt erop gewezen dat er bij sommige camera’s accessoire microfoons zijn, die met het beeld inzoomen. De tevredenheid loopt echter bij de twee leden ver uiteen.
Een demonstratie met een kerkorgel toont aan dat een microfoon ook een behoorlijk frequentiegebied moet bestrijken. Dat was echter een moeilijke demonstratie. Het gehoor van kinderen loopt zo van 30 tot 20000 hertz. Vanaf het begin krimpt dit bereik. Bij vrouwen langzamer dan bij mannen. Het verlies hangt niet alleen af van de leeftijd, maar ook van het gebruik van het gehoor tijdens het leven. Zo zal iemand die zijn leven lang gewerkt heeft in een fabriek waar altijd veel lawaai was, de typische frequenties van dat lawaai in zijn gehoor nog maar matig of niet meer kunnen horen. De demonstratie voor de deelnemers was dus meer een confrontatie met het eigen gehoor.
Wally Joosen vervolgde de ochtendsessie met een powerpoint presentatie over de opbouw en de problemen bij het samenstellen van het geluid voor de film. Als eerste propageerde hij dat de toegepaste geluiden: spraak, effecten en muziek als afzonderlijk geluid worden behandeld. De stappen zijn: normaliseer elk geluid, stel het samen op meerdere sporen, ga na of er storende pieken optreden en comprimeer respectievelijk limiteer de pieken en pas eventueel met een equalizer het frequentiegebied aan. Na al deze bewerkingen kan het geluid zo nodig nogmaals genormaliseerd worden.
Voor spraak is het mogelijk de stemmen met de equalizer beter tot hun recht te laten komen. Hiervoor kunnen frequenties bij mannenstemmen onder 80 Hz en bij vrouwenstemmen onder 120 Hz weggelaten worden (proberen en zo nodig toch anders!). Het gebied tussen 500 en 2000 Hz kan voor mannenstemmen iets versterkt worden, bij vrouwenstemmen is dit het gebied tussen 1000 en 2000 Hz. Om de stemmen in het geluid beter naar voor te halen kunnen de frequenties tussen 500 en 2500 Hz bij de effecten en muzieksporen met eenzelfde grootte verlaagd worden.
Als op deze manieren de sporen voor spraak, effecten en muziek geoptimaliseerd zijn wordt de eindmix gemaakt. Uitgaande van de drie genormaliseerde sporen, wordt het spraakspoor qua sterkte gehandhaafd, het effectenspoor wordt op - 9 dB (35%) ingesteld en de muziek op -12dB (25%). Effectenspoor en muziek kunnen al naar gelang de film, verwisseld worden. Vanuit deze waarden worden de sporen effecten en muziek bijgeregeld, harder of zachter. Het kan zijn dat u uitkomt op -13 dB voor het ene spoor en -21 dB voor het andere. Maar ook -6 en -10 dB kunnen bevredigend zijn. Een en ander hangt af van de intensiteit van de geluiden.
Belangrijkste punt in deze is om steeds uit te gaan van genormaliseerde geluiden en de eindmix op behoorlijk niveau en goede apparatuur te beluisteren. Alleen dan komt u niet voor verrassingen te staan als uw film in een grote ruimte, club of festival, vertoond wordt.
’s Middags werden de deelnemers Laren ingestuurd met de opdracht een moeilijk gesprek op te nemen met de door hun meegebrachte apparatuur. Het trof, vlak tegenover Stegeman was men bezig om een woning te verbouwen. Er werd gezaagd en getimmerd en er was verkeer. De groepen namen een interview op binnen deze herrie. Zowel met de cameramicrofoon als een handmicrofoon. Het verschil was professioneel. De handmicrofoon registreerde geen enkel lawaai, zelfs de trekker die achter de man reed, werd niet gehoord.
Op het terrein van Stegeman was ook een kippenshow. Er werd ook een interview tussen de kippen opgenomen. Ook hier weer de handmicrofoon gaf een professionele registratie, de cameramicrofoon is toch wel erg “amateuristisch”.
Het werd met deze demonstratie wel duidelijk dat een microfoonaansluiting inclusief handmatige instelling en aansluiting hoofdtelefoon ook voor de amateur onontbeerlijk zijn.
Wally