Beste Henk en Wally,
Met veel bewondering en waardering voor de buitengewone inzet, lees ik regelmatig jullie berichten die we toegestuurd krijgen. Heel af en toe heb ik het gevoel een opmerking te moeten maken, zoals nu.
Ik las het verhaal over de deelname van clubs aan het AVO-festival, met de daaraan verbonden conclusie "Kennelijk is een goede filmer als clublid goud waard voor de club". Deze conclusie mag dan juist zijn, maar ze is volgens mij niet volledig. Andersom is waarschijnlijk ook het geval.
Als ik zie hoe wij in onze club bezig zijn met filmanalyse in alle lagen van de producties, dan weet ik uit ervaring dat dit soort activiteiten erg prestatieverhogend werkt.
De VC Borculo bestaat nu zo'n elf jaar en ik heb de meeste leden vanaf het begin meegemaakt. Ik heb gezien hoe hun films toen waren en als ik dan zie hoe die nu zijn, dan durf ik de stelling aan: "Kennelijk is een goede club voor een filmer goud waard".
Natuurlijk, als je niet een beetje talent hebt, zal het niveau niet zo snel verbeteren. En leden die echt geen aanleg hebben, hebben ook meestal niet zo'n drive om zich al die vaardigheden eigen te maken. Je merkt dan helaas ook wel eens, dat een aantal van die 'mindere' broeders of zusters het allemaal te serieus vindt en de club verlaat. Maar gelukkig lang niet allemaal; we hebben bijvoorbeeld een lid van 80 jaar dat momenteel heel behoorlijke films maakt (de laatste was zelfs een zelf opgenomen film van een medische ingreep van zijn eigen grote teen), terwijl hij jaren geleden bij het maken van een film over een wandelvierdaagse hoofdzakelijk straatklinkers filmde.
Misschien is het goed voor de organisatie van de amateurfilmerij als je een slogan zou bedenken waarin je wijst op de prestatieverhogende invloed die van een videoclub uit kan gaan.
Dan nog even over speelfilms. Ik denk dat het goed is dat jullie als filmorganisatie de speelfilm wat meer onder de aandacht brengen. Bedenk echter wel dat de verenigde leden van een videoclub vooral één ding gemeen hebben: zij doen wat met een videocamera en meestal ook wat met een montagesysteem en willen dat goed kunnen. In feite houdt het daar vaak mee op. Welke onderwerpen er worden gefilmd, heeft in belangrijke mate te maken met waar de belangstelling van de filmer naar uit gaat. Verheugend is het al te zien hoe door de clubavonden leden elkaar vinden en elkaar behulpzaam zijn. Het is misschien wel een beetje aan de volksaard van een streek of die belangstelling bij de speelfilm ligt, het is althans wel frappant dat speelfilms vaak uit dezelfde regio's komen. Het kan ook toeval zijn; als je een paar flinke kartrekkers hebt die iets willen op dit gebied, kan er iets heel moois uit voortkomen. Het zijn dan ook vaak vaste collectieven, waarin naast filmers o.a. acteurs zitten, die in staat zijn soms zelfs een prachtige speelfilm te maken. Speelfilms maken is niet gemakkelijk, maar documentaires maken is dat ook niet. Het grote probleem bij de speelfilm is, denk ik, vooral de grote organisatie. Er komt veel bij kijken en er zijn vaak veel mensen bij betrokken. En als je dan ziet hoe moeizaam het bijvoorbeeld alleen al is om de agenda's op elkaar af te stemmen dan zie je al gauw dat dit een belangrijke reden kan zijn dat het allemaal niet zo goed lukt. Je krijgt er dan ook niet zoveel ervaring mee. Onze leden maken allen graag filmpjes maar je hoort ze vrijwel nooit over het maken van een speelfilm. Er wordt, vooral als het vanuit de club wordt georganiseerd, wel eens een speelfilmpje gemaakt en de leden hebben dan ook vooral veel lol, maar de producties bereiken meestal niet het niveau dat we als videoclub eisen om ze naar het AVO-festival te sturen.
Met vriendelijke groeten,
Ben Tragter